Natuurbeheer‎ > ‎

Boswerken 2009

 

In de loop van 2009 werden in uitvoering van het goedgekeurde bosbeheerplan volgende werken in het bos uitgevoerd:

 

Verwijderen stortplaatsen bladeren, houtafval en compost

In de noordelijke bosbestanden bevonden zich naast de boswegen twee aanzienlijke stortplaatsen met enerzijds bladafval en houtafval en anderzijds compost. Door ANB werd gevraagd om deze stortplaatsen te verwijderen uit de bosgebieden en zowel het groenafval als het compost elders op de terreinen van het Instituut, maar zeker buiten de bosgebieden, te stockeren. Door ANB werd informeel meegegeven dat zij hun groenafval gratis kunnen aanleveren op de stedelijke composteringsplaats van Ronse.

Verwijderen grondverzet KWZI

Voor de afwerking van een nieuwe waterzuiveringsinstallatie (KWZI) in het domein werd een hoeveelheid teelaarde tijdelijk gestockeerd in de aanpalende bosgebieden. Door ANB werd gevraagd om deze aarde te verwijderen uit de bosgebieden.

Verwijderen afval wegenbouw

In het uiterste zuiden van het domein bevond zich nog een hoeveelheid inert materiaal, bestaande uit ondermeer een aantal hopen kasseistenen, betonnen stootbanden en allerlei metalen uit de vroegere wegenbouwactiviteiten van het provinciebestuur.

Gezien deze zone in het bosbeheerplan ingekleurd staat als te onderhouden door jaarlijks maaibeheer (zie verder), werd door ANB gevraagd om de aanwezige materialen af te voeren en het terrein daarna op het bestaande niveau te effenen en indien nodig al een eerste maal te maaien met afvoer van de biomassa.

Indien gewenst kan op die plaats eveneens de afsluiting met de openbare weg worden hersteld, evenwel met behoud van de toegangspoort gezien deze zone voorzien wordt als verzamelplaats voor hout en maaisel uit de latere bosbouwwerken in het domein.

 
Kap van bomen(groepen)

In het voorjaar van 2009 werden er op drie plaatsen verspreid in het bos kappingen van bomen uitgevoerd door de nv Vande Kerkhove Bosexploitatie uit Kluisbergen op basis van een openbare houtverkoop door het ANB. Deze kappingen zijn dunningen voor een totaal van 159 volwassen bomen. De dunningen hebben tot doel om meer licht te brengen in het bos om zodoende de natuurlijke verjonging van inheemse boomsoorten, andere dan Amerikaanse eik, Beuk, Grove den, Populier of Robinia te bevorderen. Gelijktijdig werden enkele kaprijpe inheemse bomen van soorten als Linde, Zomereik en Es meegekapt om andere individuen die ze domineerden, verder kwaliteitsvol te laten uitgroeien.

 

Op de zuidoostelijke helling van het bos werd aanvullend een "verjongingsgroep" gekapt, bestaande uit 133 Beuken. De bedoeling van een dergelijke 'verjongingsgroep' bestaat erin om in één keer een vrij grote open plek in het bos te creëren, waardoor kiemkansen ontstaan voor de natuurlijke uitzaai van de gewenste inheemse bomen. Aangezien de Zomereik een uitgesproken lichtboomsoort is, is dit in zijn voordeel.

 

Waar nodig, worden later (ten vroegste na 5 jaar) in deze jonge uitzaai, de ongewenste exemplaren verwijderd en eventueel vervangen door aanplant van de gewenste soorten, waaronder voornamelijk Zomereik. Meer licht in het bos leidt ook nog tot meer soorten bodemplanten.

 

De verjongingsgroepen zijn dus de huidige kraamkamers van het bosbeeld zoals we dat de komende decennia willen zien. Over het volledige Heynsdaelebos zijn, gespreid over een looptijd van 20 jaar en op verschillende plaatsen, vijf van dergelijke verjongingsgroepen van telkens 0,5 ha (straal van 40 meter) voorzien in momenteel nog monotone en gelijkjarige beukenbestanden.

 

Tenslotte werd op een laaggelegen aanplant van 0,73 ha Populier, bestaande uit 108 bomen van ongeveer 35 jaar oud, een eindkap uitgevoerd. Deze zal volgend jaar worden heraangeplant met Gewone es aangevuld met Zwarte els op de randen om aldus een vochtminnend bostype te verkrijgen. In tegenstelling tot de voormelde verjongingsgroepen, betreft dit dus een kunstmatige verjonging naar het gewenste toekomstige bosbeeld gezien er momenteel te weinig moederbomen in de omgeving aanwezig zijn voor een geslaagde natuurlijke verjonging.

 

Voor eigen gebruik tenslotte door het domein in functie van de opleiding van leerlingen werden in totaal nog eens zes bomen van de uitheemse soorten Amerikaanse eik, Tamme kastanje en Robinia en één enkele Zomereik uit het bos gehaald.

           


Hakhoutbeheer

 

Op vijf verschillende bosranden aan de buitenzijde van het bosgebied werd het hakhout (stamomtrek 20 tot 60 cm) over een breedte van ongeveer 10 meter van de perceelsgrens tot op de grond afgezet. Individuele hoogstam-Essen worden niet afgezet, hakhout-Es wel. Hoogstam-Beuken blijven staan. Het hakhout wordt ter plaatse gestapeld, het takkenhout wordt verzameld aan de boszijde in zogenaamde takkenrillen. Deze bieden later extra schuilplaatsen aan de bosbewonende kleine dieren.
 
 
 

Dood hout met gevaar voor de aanpalende afsluitingen wordt eveneens verwijderd en gestapeld, zoniet blijft het staan. Er wordt speciale aandacht besteed aan de vier bijzonder waardevolle oude knot-Essen en de ene knot-Spaanse aak die zich in deze zone bevinden. Ze worden meegeknot voor zover ze in de bosrand zelf staan en bvb niet individueel op het aanpalende weiland.

 

Gezien de totale houtopbrengst kleiner is dan 50 kubieke meter is het hakhout vrij voor onderhandse verkoop door het Instituut zelf.
 
 

            Maaibeheer

 

Het grootste deel (0,37 ha) van de vegetatie ten zuiden van het oud zuiveringsstation onderaan het bosgebied wordt beheerd als open plek waar een bloemrijke ruigte wordt nagestreefd. Zowel de noordelijke brandnetelruigte (0,12 ha) voor de ruïnes van het oud zuiveringsstation als later ook nog de meer zuidelijke ruigte (0,25 ha)  tegen de straatkant (zie hoger: verwijderen afval wegenbouw) zullen in een zogenaamd ruigtemaaibeheer worden gebracht. Het maaien gebeurt daarvoor in de nazomer, ten vroegste vanaf half september.

 

De noordelijke brandnetelruigte wordt jaarlijks gemaaid om de bodem te verarmen en de brandnetels om te zetten naar een bloemrijke vegetatie, de zuidelijke ruigte wordt enkel om de drie jaar gemaaid. Het maaisel dient rigoureus afgevoerd te worden om de bodem te verschralen.

 

De bedoeling hiervan is om warmteminnende bloemen (en op de vochtige plaatsen ook Reuzenpaardestaart) aan te trekken als voedselbron voor ondermeer bos(rand)gebonden insecten waaronder een aantal specifieke vlindersoorten.

 

Dit jaar werd de noordelijke brandnetelruigte voor de eerste keer gemaaid. Wegens de opruiming van het vroegere afval wegenbouw op de zuidelijke ruigte, werd maaien op die plaats overbodig. De noordelijke ruigte vangt door dit maaien volop de zon op. Verwacht wordt dan ook dat ze de komende zomer als solarium gaat dienen voor ondermeer de Hazelworm, een pootloze hagedis, die hier reeds werd waargenomen.

   


Faunabeheer

 

In het kader van het soortenbeschermingsplan voor de Vuursalamander in Oost-Vlaanderen werden ook de bossen van het provinciaal Instituut onderzocht. In ten minste één beekje werden larven van deze soort waargenomen, waardoor de voortplanting van deze zeldzame soort amfibie aangetoond werd. Er werden evenwel ook twee knelpunten vastgesteld voor deze soort in Heynsdaelebos.

 

Vooreerst bevindt er zich een oude wateropvangput vlakbij het vroegere pompstation (bronhuisje) voor grondwater van het domein. Deze put was niet afgesloten, waardoor hij fungeerde als een valkuil voor tal van dieren. Bij een terreinbezoek werden er 4 volwassen Vuursalamanders en één Vinpootsalamander in teruggevonden.

                                                                                      Vier vuursalamanders en een Vinpootsalamander (onder).

                                                                                       Foto': Ilf Jacobs, Natuurpunt VZW

 
Gezien het gevaar van deze open put, werd er in 2009 door de diensten van het Instituut een betonnen deksel op aangebracht.
 

 

In de loop van de herfst van 2009 werden de kieren tussen de put en dit deksel minutieus dichtgemetseld. Salamanders zijn immers echte "wriemelaars" die zich graag in allerlei spleten en kieren wurmen op zoek naar beschutting. Daarmee is deze valkuil definitief beveiligd voor bosbewoners en occasionele bosbezoekers.

 

Een tweede knelpunt heeft te maken met de ecologie van de Vuursalamander. Deze zet zijn larven graag af in zwak tot matig stromend of stilstaand, doch vooral helder, voedselarm en zuurstofrijk water in een schaduwrijk bos met een vochtige en koele bodem.

 

De aanwezige bosbeekjes in Heynsdaele werden daarvoor op drie verschillende plaatsen lichtjes opgestuwd met twee horizontale rijen zandzakjes, visueel afgewerkt met een paar boomstammetjes uit de omgeving. Op die manier ontstaan op de beekjes een paar luwe plassen, ideaal als voortplantingsbiotoop voor de Vuursalamander. In de loop van april 2010 zullen deze poeltjes onderzocht worden op aanwezigheid van larven van deze salamander.
 

 

Tijdens zijn verdere leven (dat tot 35 jaar kan duren), is de Vuursalamander een echte bosbewoner die zich graag verschuilt onder liggend en dik dood hout. Daarvoor laten we  in de buurt van de bronbeekjes en de opstuwingen een paar omgewaaide beuken ongemoeid in het bos liggen.

 

De genoemde ingrepen moeten er voor zorgen dat de Vuursalamander weer een echte toekomst krijgt in Heynsdaelebos.

 

Om de andere vijf soorten amfibieën van het gebied ook een pootje toe te steken, werd de betonnen vijver bovenaan het bosgebied uitgeruimd van de aanwezige takken, rottende bladeren en afval. Dit zal jaarlijks worden herhaald in de vroege lente. Door het ontbreken van bospoelen is dit vijvertje immers de belangrijkste paaiplaats voor de amfibieën van het gebied.

 
 

            Andere

 

Aangezien er in het moderne bosbeleid gestreefd wordt naar zoveel mogelijk inheemse soorten, werden enkele oude struiken Laurierkers in de noordelijke bosdelen verwijderd. Ze werden ter plaatse verhakseld samen met het regulier groenonderhoud van het domein.

 

 

 

 

Voorziene werken in 2010

 

 

Voor 2010 voorziet het bosbeheerplan voornamelijk in nieuwe aanplantingen, ondermeer op de kapplaats van de 108 populieren van 2009 en voor het aanvullen en uitbreiden van de bosranden welke in 2009 in hakhoutbeheer waren.

 

Verder komt het maaibeheer van de noordelijke ruigte terug en dient her en der in het bos nog wat opruimwerk te gebeuren van steenpuin, afvalmateriaal en vervallen restanten van een oude afsluiting aan de randen van het domein.

 

 

Toch nog vragen?

 

 

Daarmee kan je terecht bij:

 

José De Laender

natuureducatief medewerker

provincie Oost-Vlaanderen

directie Sport & Recreatiedomeinen

directie

PAC Het Zuid

Woodrow Wilsonplein 2 - 9000 Gent

tel.: +32 9 267 76 32

jose.de.laender@oost-vlaanderen.be

Comments